Nederlandse bedrijven met buitenlandse dochter hebben niets aan fiscale eenheid02/03/2010Nederlandse bedrijven met een buitenlandse dochter hebben niets aan de constructie van de fiscale eenheid. Binnen een fiscale eenheid ziet de Belastingdienst een hoofdkantoor en de dochters van een onderneming als één geheel, waardoor belastingvoordelen kunnen worden behaald. De dochters moeten dan wel in Nederland gevestigd zijn. Een en ander is besloten door het Europese Hof van Justitie. De Nederlandse Belastingdienst wilde al niet spreken van een fiscale eenheid bij buitenlandse dochter, maar dit is nu ook bekrachtigd. De uitspraak volgt op de plannen van een Nederlandse bv met een dochter in België die ook een fiscale eenheid wilde oprichten. Volgens het bedrijf zou het uitsluiten van de buitenlandse dochter in strijd zijn met de Europese regels voor vrije vestiging. Via de Hoge Raad werden vragen gesteld aan het Europese Hof. Daarna is besloten dat het vormen van een fiscale eenheid met buitenlandse dochters niet is toegestaan, omdat multinationals dan vrij kunnen schuiven met hun verliezen. Bij een fiscale eenheid zijn verliezen van een dochter immers af te trekken van de eigen winst. De winst wordt zo lager en er hoeft dan ook minder belasting betaald te worden. Bron(nen): De Telegraaf (2-3-2010) |
|